Blog

De omslag

Nick geeft iedere dag kusjes op mijn buik tot die dag in oktober…

Maandag 2 oktober 2000 omhul ik mij met een zwarte broek, haltershirt en shawl met tijgerprint. Zo zie ik er toch een beetje sexy uit denk ik. We rijden naar het ziekenhuis waar de arts ons hartelijk verwelkomt. Tijdens zijn handelingen zie ik de glans in zijn ogen veranderen. Als ik mij aankleed achter een gordijn schraapt hij zijn keel.  We nemen plaats aan zijn bureau en het timbre van zijn stem daalt een toon lager. Kalm en vastberaden vertelt hij dat onze baby ziek is, een hartafwijking, klompvoetjes en verdikking in zijn nek. Hij adviseert ons rustig na te denken over het vervolg. Als verdoofd rijden we terug naar ons romantische huis in de bossen van Oostvoorne. Mijn gedachten schieten alle kanten op en thuis bel ik als eerste mijn moeder. O wat gek zegt ze, dat heb ik nog nooit meegemaakt, ik heb altijd gezonde baby’s gebaard. Dit is niet het antwoord wat ik nu nodig heb. Dus bel ik Ted de verloskundige, mag ik naar je toekomen vraag ik met een piepstemmetje? Nee hoor, antwoord ze, er zijn te veel bomen op de weg, ik kom naar jou. Even later mag ik in haar armen huilen. Een dag later bevalt een collega en ga op kraambezoek. Mijn lijf krimpt ineen bij het wiegen van haar gezonde baby. Anderhalve week later pak ik mijn koffer voor de meest bizarre reis van mijn leven. Mijn zoon voelt mijn verdriet en geeft een afscheidskusje op mijn buik. Ik tracht mij met alle macht sterk te houden. De tranen prikken achter mijn oogleden en ik draai mij snel om, ik wil sterk blijven. Stilletjes rijden we naar het Erasmus waar we inchecken in onze kamer. Mijn oog valt op een schilderij boven mijn bed. Mijn man maakt grapjes met de verpleegster en gaat een frietje halen bij de snackbar die hij gespot heeft aan de overkant. Ik krijg een infuus om de weeën op te wekken en een pompje om morfine toe te dienen. Twee dagen later op vrijdag de 13de wordt een klein hummeltje geboren die de bevalling niet overleefd. De moederkoek blijft vastzitten en de verloskundige brengt mij naar de OK. Als ik ontwaak uit de narcose wil ik onze baby nog even zien. Ze brengt hem in een rieten mandje. De baby lag in de koelcel en voelt ijskoud aan, klein en kwetsbaar. Door de morfine ben ik niet in staat te huilen. Als verdoofd staar ik naar ons kleintje. Even later rijden we naar huis met lege handen en een gelubberde buik.

passage uit mijn levensverhaal ‘ de omslag’